De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

grevdam.gif (3372 bytes)

AlgemeenHet planDe bouwKabelbaanMetingenSluisBrug

gondel1.jpg (10517 bytes) Om de Noordelijke geul te dichten werd na lang onderzoek besloten een kabelbaan te bouwen vanaf Overvlakkee naar de Plaat van Oude Tonge. Een Frans bedrijf, Neyrpic genaamd, werd ingeschakeld om samen met Rijkswaterstaat de kabelbaan te ontwerpen en te bouwen. Op de oever van Overvlakkee werd een wissel-station gebouwd, in het midden van het sluitgat werd een pijler als steunpunt gebouwd, en op de Plaat van Oude Tonge werd een wissel-laad-station gebouwd. De kabel werd op het wisselstation aan een vast punt bevestigd, en op het station op de Plaat van Oude Tonge aan kantelbare tegengewichten zodat er een bijna constante tegenspanning in de kabel was. Men besloot gondels te maken die op de kabel werden gehangen met elk een eigen motor en chauffeur zodat de gondels altijd konden doorrijden. Aan de gondels werden netten van dikke ijzeren kettingen gehangen die door middel van de aandrijvingsmotor omhoog en omlaag gehaald konden worden. In deze netten werden de rotsblokken gedaan die in het water werden gegooid. Op 3 augustus 1964 begon de eerste van de 10 gondels op de 92 mm dikke kabel te rijden. De gondel woog 10000 kilo en kon ook 10000 kilo lading meenemen.
De maximumsnelheid was 9 meter per seconde, dat is gelijk aan 32,4 km per uur, maar de gemiddelde snelheid was 5 meter per seconde, dat is gelijk aan 18 km per uur. Het motorvermogen van elke gondel was 200-240 PK, gondel2.jpg (10509 bytes)
hiermee werd een gondel dus voortbewogen en werd ook de lading mee omhoog en omlaag getild als dat nodig was. Op de Plaat van Oude Tonge was een grote "rotsen-opslagplaats" gefabriceerd. Er lag op het werkterrein ca. 55000 ton grof grind en 80000 ton stortsteen, daarnaast lag in een waterdepot nog eens een reservevoorraad van 60000 ton stortsteen. In totaal dus meer dan 195000000 kg steen! Het traject voor elke gondel begon dus op het station op de Plaat van Oude Tonge waar het net werd neergelaten in een laadbak. Een vrachtwagen kiepte een lading rotsen in het net dat vervolgens weer werd opgehaald, waarna het van het station op de kabel werd gereden. Er werd bepaald waar de rotsen moesten worden gelost en op die plaats werd een deel van het net naar beneden gelaten zodat de rotsen in de zee vielen. Zo ontstond er langzaam maar zeker een dam.
gondel5.jpg (11306 bytes) Omdat men voor het eerst gebruik maakte van een kabelbaan was het eigenlijk een groot experiment. De eerste laag die op de zeebodem werd gegooid was grof grind, in brokken variërend van 10 tot 300 kg. Omdat deze stukken rots niet zo groot waren en dus door de mazen van het ketting-net vielen, werden er in de netten stukken zeil aangebracht. Maar omdat deze zeilen heel snel kapot gingen, vlocht men door de netten repen oude transportband. Deze oplossing bleek goed te werken. Nadat de juiste timing voor het vertrek van de gondels was gevonden begon men op 24 augustus 1964 ook 's nachts te rijden. gondel3.jpg (13240 bytes)
kabels.jpg (7888 bytes) Elke gondel deed 20 minuten over de hele tocht, zodat per uur 30 ton materiaal in zee werd gestort, omdat er 10 gondels constant over de kabels reden werd er per uur 300 ton materiaal in zee
gestort, dat 24 uur per dag geeft 7200 ton. In totaal moest er ruim 190000 ton rotsen in zee worden gestort.Omdat de hoeveelheden grind die in de depots op de Plaat van Oude Tonge kwamen te liggen veelal uit het buitenland kwamen was dat een erg kostbare zaak. Men heeft besloten om een aantal nieuwe stortmaterialen zelf te maken. Omdat op het werkterrein op de Plaat van Oude Tonge een grote hoeveelheid zand aanwezig was, wilde men dat gebruiken om ook in zee te storten. Daarvoor zijn vier verschillende methodes ontwikkeld.
Als eerste werd in een grote silo zand vermengd met water zodat er een dikke natte drap ontstond, deze werd via een vulpijp in een grote, uit natuur- en kunststofvezels bestaande zak gegoten, waarna de zak zichzelf via een zelfsluitend ventiel sloot. Het gewicht van zo'n zandzak bedroeg 2,5 ton zodat er 4 per kabelbaan-gondel mee konden worden genomen. gondels.jpg (16567 bytes)
Ten tweede werd zand vermengd met asfalt en in een goedkope zak gedaan omdat het zand werd vastgehouden door het asfalt. De kosten van het asfalt werden dus door de goedkopere zak gecompenseerd. Ook deze asfalt-zand-brok woog 2,5 ton. De derde methode is eigenlijk gelijk aan de tweede, alleen wordt bij deze methode zoveel asfalt gebruikt dat een zak niet meer nodig is. Het zijn dus gewoon grote brokken asfalt, vermengd met zand. Bij de laatste methode werd zand in zakken gedaan waarna de druk in die zakken werd verlaagd tot 15 cm kwikdruk absoluut, hierdoor werden de zakken heel hard en konden ze als een soort steen worden gebruikt.