                       |
|

      
| In
1957, 4 jaar na de watersnoodramp, begon men met het opspuiten van de Plaat van Oude
Tonge, een grote zandbank die al bestond maar nu werd verhoogd zodat hierop een dam kon
worden gebouwd. Met grote zandzuigers waar lange buizen aanzaten werd zand uit de zee
opgezogen en met water, door de buizen, naar de Plaat van Oude Tonge gestroomd. Er
ontstond zo een nog grotere zandbank midden in de Grevelingen. Aan de kant van Schouwen
Duiveland bleef een geul van 600 meter breed en op sommige plaatsen wel 20 meter diep
over, waar het water dus hard doorheenstroomde met de getijdenwisselingen. |
 |
 |
Ook aan de kant van Overvlakkee
was een geul, die was minder diep, zo'n 13 meter, maar wel veel breder met een totale
lengte van ruim 1000 meter. De beide geulen werden op verschillende manieren gedicht. De
zuidelijke geul (die bij Schouwen Duiveland) werd in de tijd dat de Plaat van Oude Tonge
werd opgespoten ook gevuld met zand, zodat de maximale diepte geen 20 meter meer was maar
overal ongeveer 5 meter. Toen dat was gebeurd werden er caissons in de geul geplaatst
omdat het water te hard stroomde om hem op een andere manier te dichten. De caissons
werden allemaal op maat gebouwd en in de geul geplaatst, zodat de zuidelijke opening nu
gedicht was. De dam was nu vanaf Schouwen Duiveland tot en met de Plaat van Oude Tonge
klaar, er was nog 1 km te dichten. Omdat de noordelijke opening (bij Overvlakkee) vrij
ondiep was en er ook geen harde stroom stond, werd er besloten om dat gat eerst met grote
rotsblokken te vullen en er daarna een weg over te leggen. Men besloot een grote kabelbaan
te bouwen die de rotsblokken naar beneden zou gooien. Daarover lees je hier meer. |
|