De Watersnoodramp van 1953De DeltawerkenHet DeltaplanDe FinanciënDe Dammen Een chronologisch overzicht van de bouw van de dammenOverzichtskaartWat is er door de deltawerken veranderd?Guided TourZoeken in de siteHoe werkt deze site?Hoeis deze site tot stand gekomen?

Het Deltaplan

Het DeltaplanWat is een Delta???

Na de overtsromingsramp van 1 februari 1953 was iedereen er van overtuigd dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. De regering riep een deskundige mensen bij elkaar. Zij moesten uitzoeken wat er het beste kon worden gedaan om te zorgen dat ons land nooit meer te maken zou krijgen met zo’n vreselijke overstroming. Deze groep mesnen werd de Deltacommissie genoemd.
De deltacommissie ging meteen hard aan het werk. Binnen 4 maanden, terwijl de grons nog niet eens overal droog was, bracht de commissie haar eerste advies aan de regering uit.
Oude kaart
Oude kaart Voorgesteld werd om het eiland Schouwen, het meest bedreigde eiland, tot 5 meter + NAP te verhogen en om in de monding van de Hollandse Ijssel bij Krimpen aan de Ijsel een stormvloedkering te bouwen. Beide voorstellen werden direct door de regering aangepakt. Een jaar na de stormvloed bracht de commissie haar belangrijkste voorstel op tafel: het Deltaplan. In het Deltaplan stond dat in de mondingen van 4 grote zeegaten in het Zuidwesten van Nederland grote afsluitdammen moesten worden gebouwd. Dan zou de zee daar nooit meer kunnen binnendringen. Eerst zouden de eenvoudigste dammen gebouwd worden. De moeilijkste zou men tot het laatst bewaren. De volgorde van de afsluitingen zou daarom zijn: Veerse Gat, Haringvliet, Brouwershavensche gat en Oosterschelde.
In een eilandengebied als de Delta in die tijd was, is het echter niet mogelijk om een zeegat af te sluiten zonder rekening met andere zeegaten te houden .
Als het Brouwershansche Gat afgesloten werd rekening te houden met de Oosterscheldedam en het Haringvliet, zou het water door deze twee laatste zeegaten toch nog achter de eilanden om in het Brouwershavensche Gat en de Grevelingen terechtkomen. Om dat et voorkomen moesten er extra dammen gebouwd worden om de achterdeur van de verschillende zeegaten af te sluiten. Zulke dammen moesten er komen in de Zandkreek die de achterdeur van het Veerse Gat was, in het Volkerak om de achterkant van het Haringvliet dicht te krijgen en in de Grevelingen om de achterzijde van het Brouwershavensche Gat af te sluiten.
Er waren nog meer problemen. Door het Haringvliet bereikt bijna de helft van het Rijnwater en vrijwel alle Maaswater de zee. Die rivieren konden natuurlijk niet worden afgedamd, want dan zou heel Nederland onderlopen. In de Haringvlietdam moesten dus grote sluizen komen om het rivierwater, en ’s winters ook de ijsschotsen, naar de Noordzee te kunnen afvoeren. Ook de scheepvaart was een probleem. Tussen Antwerpen in België en de Rijn bestaat een drukke scheepvaartverbinding. Als die verbinding door een dam zou worden geblokkeerd zou men in België vanzelfsprekend vreselijk boos worden. Daarom moesten er ook in de Volkerakdam sluizen komen. Oude kaart
Tijdens de stormvloed waren echter niet alleen het Deltagebied, maar ook andere Nederlandse kustgebieden in gevaar geweest. Daarom gaf de Deltacommissie advies om langs alle zeegaten die niet werden afgesloten en langs de rest van de kust de dijken en flink stuk te verhogen. Ook de duinen moesten worden versterkt.