De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciėnDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

brouwdam.gif (3010 bytes)

AlgemeenHet PlanDe bouwKabelbaanCaissonDoorlaatsluisNatuur

Kabelbaan over het Brouwershavensche Gat De zuidelijke plaat, die loopt van de Middelplaat naar Schouwen Duiveland werd gedicht met een kabelbaan. Men heeft eerst uitgezocht wat voor soort kabelbaan in dit stuk het best gebruikt kon worden. Er waren een aantal eisen waar de kabelbaan aan moest voldoen. Als eerste moest de kabelbaan een capaciteit hebben dat de sluiting in 9 į 10 weken kon worden gedaan, hierbij wordt aan een marge gedacht van 12 ą 15 weken zodat de dam nog op tijd kan worden opgehoogd voor de najaarsstormen inzetten. Omdat er in de zuidelijke geul ruim 600000 ton stortmateriaal zal worden gegooid, moet theoretisch per uur 700 ton materiaal in het sluitgat worden gestort.
Maar omdat men van het kabelbaanbedrijf bij de Grevelingendam wist dat er vooral in het begin veel mis ging, en er veel vertraging ontstond door kleine oorzaken, moest de kabelbaan een praktische capaciteit van 1200 ton per uur hebben, om er toch voor te zorgen dat het sluitgat in die 9 ą 10 weken gesloten was. Men kon toen kiezen uit een circuitbaan, een retourbaan en een kabelkraan. Een circuitbaan is een lange kabel waaraan op vaste punten onbemande cabines hangen. De kabel blijft door middel van een grote motor circuleren, en de cabines gaan dan vanzelf mee. De cabines gaan bij het laadstation over op een vaste rail waar ze geladen kunnen worden, ze worden daarna weer op de kabel geraild, om op een bepaald punt boven het sluitgat het stortmateriaal te laten vallen. De toenmalige capaciteit van zo'n circuitbaan was 400 ą 500 ton per uur en de capaciteit van 1 cabine was 5 ton. De capaciteit van 5 ton per cabine vond men te laag, omdat er voor een dam als deze, zwaarder materiaal moest worden gebruikt. Ook de storthoogte is bij dit kabelbaan systeem niet regelbaar, omdat het stortmateriaal vanaf een vrij grote hoogte worden afgeworpen kan dit beschadigingen opleveren aan de dam.
Een retourbaan is eenzelfde baan als die bij de Grevelingendam is gebruikt. Er wordt een kabel gespannen over het sluitgat en die kabel wordt vastgemaakt. Over de kabelbaan gaan cabines met eigen motor en chauffeur rijden, meer over dit systeem lees je op de Grevelingendam pagina.
De kabelkraan is eigenlijk niet echt een kabelbaan, er wordt bij deze methode een loopkat over een kabel getrokken. Die kabel is aan twee hoge torens op elke oever bevestigd. De loopkat kan alleen heen en weer, maar heeft wel een variėrende storthoogte, en kan per keer 15 tot 20 ton vervoeren. Omdat de capaciteit van deze kabelkraan te laag was, en de constructiekosten te hoog voor deze dam werd ook de kabelkraan afgekeurd en werd gekozen voor een retourbaan over het sluitgat, ook omdat men hiermee al ervaring had opgedaan bij de Grevelingendam.
bloklaad.jpg (11999 bytes)
Men bouwde op elke oever, namelijk de oever bij Schouwen Duiveland en de oever bij de Middelplaat een laadstation met draaischijf. Middenin de zuidelijke geul werden op 2 plaatsen pylonen van gewapend beton gezet, waar de kabels aan werden opgehangen. Vanaf Schouwen stond na 150 meter achter het 200 meter lange laad-draaistation de eerste pyloon, 380 meter verder stond de tweede pyloon in de geul, de volgende pyloon stond op 395 van de tweede pyloon en weer 380 meter verder stond de laatste pyloon waarna, na 130 meter het 124 meter lange laadstation op de Middelplaat bereikt werd. De totale lengte van de kabelbaan plus laadstations was dus 1759 meter!
De kabelbaan op de vrachtwagen Eerst wilde men een aantal van de cabines van de Grevelingendam ook bij de Brouwersdam gebruiken maar men besloot hele nieuwe cabines te maken om een aantal redenen. De cabines bij de Grevelingendam hadden een capaciteit van 10 ton terwijl ze zelf 20 ton wogen, men had nu al nieuwe cabines ontworpen die 15 ton wogen en ook 15 ton materiaal mee konden nemen. Men wilde nu ook ander stortmateriaal gebruiken. Er werden nu grote, zelfgemaakte betonblokken gebruikt die met behulp van een grijper onder aan de cabine werden gehangen.
De betonblokken wogen 2,5 ton per stuk, er konden dus per cabine 6 betonblokken per keer mee. De motor in de cabine is ook een andere dan die van de cabines bij de Grevelingendam, daar werden dieselmotoren gebruikt maar nu gebruikte men gasturbines. Deze konden een vermogen van 250 pk leveren maar ook 250 pk opnemen. Dit was nuttig om na het passeren van de pylonen de cabines af te remmen om een te grote snelheid te voorkomen. De maximumsnelheid van de cabines was 7,5 meter per seconde, dat is gelijk aan 27 km/h. Elke cabine reed als eerste naar het laadstation, daar werden aan de zes haken de zes betonblokken gehangen, daarna reed de cabine naar de plaats waar de betonblokken in zee werden gestort. Op die plaats werden met behulp van de gasturbine de betonblokken een stuk naar beneden gehangen en dan losgelaten, op die manier werden meer dan 240000 betonblokken het zuidelijk sluitgat in gegooid tot er een poreuze dam ontstond. Die dam is opgevuld met zand zodat er helemaal geen water meer doorheen kon. De betonnen blokken aan de cabine