                       |
|

      
 |
De
zuidelijke plaat, die loopt van de Middelplaat naar Schouwen Duiveland werd gedicht met
een kabelbaan. Men heeft eerst uitgezocht wat voor soort kabelbaan in dit stuk het best
gebruikt kon worden. Er waren een aantal eisen waar de kabelbaan aan moest voldoen. Als
eerste moest de kabelbaan een capaciteit hebben dat de sluiting in 9 į 10 weken kon
worden gedaan, hierbij wordt aan een marge gedacht van 12 ą 15 weken zodat de dam
nog op tijd kan worden opgehoogd voor de najaarsstormen inzetten. Omdat er in de
zuidelijke geul ruim 600000 ton stortmateriaal zal worden gegooid, moet theoretisch per
uur 700 ton materiaal in het sluitgat worden gestort. |
| Maar omdat men van het kabelbaanbedrijf bij de Grevelingendam wist dat er
vooral in het begin veel mis ging, en er veel vertraging ontstond door kleine oorzaken,
moest de kabelbaan een praktische capaciteit van 1200 ton per uur hebben, om er toch voor
te zorgen dat het sluitgat in die 9 ą 10 weken gesloten was. Men kon toen kiezen uit een
circuitbaan, een retourbaan en een kabelkraan. Een circuitbaan is een lange kabel waaraan
op vaste punten onbemande cabines hangen. De kabel blijft door middel van een grote motor
circuleren, en de cabines gaan dan vanzelf mee. De cabines gaan bij het laadstation over
op een vaste rail waar ze geladen kunnen worden, ze worden daarna weer op de kabel
geraild, om op een bepaald punt boven het sluitgat het stortmateriaal te laten vallen. De
toenmalige capaciteit van zo'n circuitbaan was 400 ą 500 ton per uur en de capaciteit van
1 cabine was 5 ton. De capaciteit van 5 ton per cabine vond men te laag, omdat er voor een
dam als deze, zwaarder materiaal moest worden gebruikt. Ook de storthoogte is bij dit
kabelbaan systeem niet regelbaar, omdat het stortmateriaal vanaf een vrij grote hoogte
worden afgeworpen kan dit beschadigingen opleveren aan de dam. |
Een
retourbaan is eenzelfde baan als die bij de Grevelingendam is gebruikt. Er wordt een kabel
gespannen over het sluitgat en die kabel wordt vastgemaakt. Over de kabelbaan gaan cabines
met eigen motor en chauffeur rijden, meer over dit systeem lees je op de Grevelingendam
pagina.
De kabelkraan is eigenlijk niet echt een kabelbaan, er wordt bij deze methode een
loopkat over een kabel getrokken. Die kabel is aan twee hoge torens op elke oever
bevestigd. De loopkat kan alleen heen en weer, maar heeft wel een variėrende storthoogte,
en kan per keer 15 tot 20 ton vervoeren. Omdat de capaciteit van deze kabelkraan te laag
was, en de constructiekosten te hoog voor deze dam werd ook de kabelkraan afgekeurd en
werd gekozen voor een retourbaan over het sluitgat, ook omdat men hiermee al ervaring had
opgedaan bij de Grevelingendam. |
 |
| Men bouwde op elke oever, namelijk de oever bij Schouwen Duiveland en de
oever bij de Middelplaat een laadstation met draaischijf. Middenin de zuidelijke geul
werden op 2 plaatsen pylonen van gewapend beton gezet, waar de kabels aan werden
opgehangen. Vanaf Schouwen stond na 150 meter achter het 200 meter lange laad-draaistation
de eerste pyloon, 380 meter verder stond de tweede pyloon in de geul, de volgende pyloon
stond op 395 van de tweede pyloon en weer 380 meter verder stond de laatste pyloon waarna,
na 130 meter het 124 meter lange laadstation op de Middelplaat bereikt werd. De totale
lengte van de kabelbaan plus laadstations was dus 1759 meter! |
 |
Eerst
wilde men een aantal van de cabines van de Grevelingendam ook bij de Brouwersdam gebruiken
maar men besloot hele nieuwe cabines te maken om een aantal redenen. De cabines bij de
Grevelingendam hadden een capaciteit van 10 ton terwijl ze zelf 20 ton wogen, men had nu
al nieuwe cabines ontworpen die 15 ton wogen en ook 15 ton materiaal mee konden nemen. Men
wilde nu ook ander stortmateriaal gebruiken. Er werden nu grote, zelfgemaakte betonblokken
gebruikt die met behulp van een grijper onder aan de cabine werden gehangen. |
| De
betonblokken wogen 2,5 ton per stuk, er konden dus per cabine 6 betonblokken per keer mee.
De motor in de cabine is ook een andere dan die van de cabines bij de Grevelingendam, daar
werden dieselmotoren gebruikt maar nu gebruikte men gasturbines. Deze konden een vermogen
van 250 pk leveren maar ook 250 pk opnemen. Dit was nuttig om na het passeren van de
pylonen de cabines af te remmen om een te grote snelheid te voorkomen. De maximumsnelheid
van de cabines was 7,5 meter per seconde, dat is gelijk aan 27 km/h. Elke cabine reed als
eerste naar het laadstation, daar werden aan de zes haken de zes betonblokken gehangen,
daarna reed de cabine naar de plaats waar de betonblokken in zee werden gestort. Op die
plaats werden met behulp van de gasturbine de betonblokken een stuk naar beneden gehangen
en dan losgelaten, op die manier werden meer dan 240000 betonblokken het zuidelijk
sluitgat in gegooid tot er een poreuze dam ontstond. Die dam is opgevuld met zand zodat er
helemaal geen water meer doorheen kon. |
 |
|