Aardscheerder
Populaire, uit het Engels afkomstige benaming voor een planetoide of een komeet die zeer dicht langs de aarde komt. Deze objecten zijn vermoedelijk de oorzaak geweest van grote inslagkraters die de aarde vroeger heeft gehad, maar die nu grotendeels zijn uitgewist. Van de planetoiden kunnen zowel de Aten- en de Apollo-
als de Amor-planetoiden dicht bij de aarde komen.
Aberratie
Het verschijnsel dat de lichtstralen, uitgaande van een lichtend punt, bij afbeelding van dit punt door een lens, lenzenstelsel of spiegel bij uittreding geen zuiver homocentrische bundel vormen. Het is een van de verschillende soorten afbeeldingsfouten. In de astronomie:
een ten gevolge van de eindige snelheid van het licht en de bewegingen van de Aarde veroorzaakte schijnbare plaatsverandering van sterren aan de hemel.
Abondantie
In het algemeen: overvloed. In de fysica, astronomie en chemie is abondantie van de chemische elementen de verhouding van de hoeveelheden waarin deze elementen in bepaalde systemen voorkomen.
Absorptie
In de sterrenkunde het verschijnsel dat de straling die door hemellichamen wordt uitgezonden, op haar weg van bron tot aardoppervlak wordt geabsorbeerd: in de atmosfeer van de hemellichamen, in de interstellaire ruimte, in de aardatmosfeer.
Absorptiespectrum
Een continu spectrum dat onderbroken wordt door donkere lijnen of banden, de zgn. absorptielijnen of - banden. Het spectrum van elektromagnetische straling die door een stoffelijk medium is gegaan, is een absorptiespectrum, indien het medium bepaalde frequentiegebieden selectief heeft geabsorbeerd.
Achernar
De helderste ster van het sterrenbeeld Eridanus.
Achilles
Planetoïde uit de groep der Trojanen.
Achondriet
Een soort meteoriet.
Afstandmodulus
Een maat voor de afstand van hemellichamen. De afstandmodulus van een ster met een voor interstellaire absorptie gecorrigeerde schijnbare helderheid m en absolute helderheid M is m - M = 5 log r - 5, waarbij r de afstand van de
ster voorstelt, uitgedrukt in parsec.
Albedo
Fractie van de opvallende straling, die door een oppervlak diffuus wordt teruggekaatst. De term albedo wordt in de astronomie gebruikt in verband met de diffuse terugkaatsing van zonlicht. Bestaat de oppervlakte van een niet-zelflichtend he- mellichaam uit donkere steenmassa's, dan is de albedo gering; is het omgeven door een wolkendek, dan is de albedo hoog.
Algol
De op een na helderste ster van het sterrenbeeld Persuis.
Algol is een periodiek veranderlijke ster. Volgens spectroscopische
onderzoekingen wordt deze helderheidsvariatie veroorzaakt doordat algol
in feite uit twee sterren bestaat die om elkaar heen draaien en elkaar
beurtelings voor het oog verduisteren.
Alhidade
Aanwijsarm van een meetinstrument (vnl. theodoliet en sextant) dat dient om nauwkeurige richtingsbepalingen te verrichten.
Almagest
Gebruikelijke naam voor het beroemde astronomisch handboek van Ptolemaeus.
Geschreven in de tweede eeuw na Christus. Het werk is verdeeld in 13 boeken
en vormt een compleet wetenschappelijk handboek van de astronomie.
Almucantar
Elke cirkel op de hemelbol die evenwijdig loopt aan de horizon. De term wordt ook gebruikt voor een instrument dat speciaal is ontworpen om sterren op een vaste hoogte boven de horizon waar te nemen.
Altair
De helderste ster in het sterrenbeeld Arend.
Altazimut
Astronomisch instrument, waarmee hoogte en azimut van hemellichamen gemeten kunnen worden. Het heet ook wel universaal in- strument. Meestal bestaat het uit een kijker die zowel om een horizontale als om een verticale as kan draaien. Op beide assen bevinden zich dan graadverdelingen, waarop wordt afgelezen.
Andromedanevel
De op een heldere nacht met het blote oog, maar beter met een
kleine kijker waar te nemen spiraainevel M31 (ook NGC224) nabij de ster P in het sterrenbeeld Andromeda
Angström
Lengte-eenheid waarin golflengten van kortgolvige straling, afstanden
in atomen e.d. werden uitgedrukt. Bij de invoering van het Internationaal Stelsel van Eenheden werd bepaald dat de ángström na 1979 als erkende eenheid vervalt.
Annihilatie
Het verschijnsel dat bij samenkomst van een elementair deeltje en zijn corresponderende antideeltje beide als deeltjes
verdwijnen, waarbij hun oorspronkelijke rustenergie wordt omgezet in een andere vorm van energie.
ANS
Afk. v. Astronomische Nederlandse Satelliet,
de eerste Nederlandse kunstmaan, gelanceerd op 30 aug. 1974 vanaf de basis Vandenberg in Californië en weer neergekomen (verbrand in de dampkring) op 14 juni 1977.
Antapex
Punt op de hemelbol diametraal tegenover het apex gelegen.
Antares
De hoofdster van het sterrenbeeld Schorpioen, opvallend en oranjerood en met een schijnbare helderheid van magnitude 0,9.
Het is een rode superreus met een schijnbare diameter van 0,04 boogseconden (interferometrisch bepaald) en een werkelijke diameter van circa 800 maal die van de zon. De massa is circa 20 maal die van de zon. De ster heeft een zwakke begeleider en blijkt omringd door een gaswolk die een diameter heeft van 500 maal die van de ster zelf. De ster verliest namelijk voortdurend materie en wel in zo'n tempo dat na ruim 500000 jaar zijn massa nog maar half zo groot zal zijn.
Antenne
Stelsel van elektrische geleiders dat dient om radiogolven op te vangen en om te zetten in elektrische spanningen en stromen (ontvangantenne) of om radiogolven uit te zenden (zendantenne).
Antideeltje
Het aan elk elementair deeltje toegevoegde deeltje van dezelfde massa
maar met tegengestelde elektrische en magnetische eigenschappen.
Antihalo
Lichtgevoelig fotografisch materiaal waaraan zodanige voorzieningen zijn getroffen dat het hinderlijke verschijnsel van reflectiehalo niet optreedt.
Antimaterie
Materie die geheel is opgebouwd uit antideeltjes. Te midden van normale materie heeft een antimaterieatoom,
zo het al ontstaat of door de mens kunstmatig gemaakt wordt, slechts een zeer korte levensduur, daar het spoedig in contact komt met een gewoon atoom, waarbij beide overgaan in mesonen of eiektromagnetische energie.
Antineutrino
Het antideeltje van het neutrino.
Apastron
Stand van twee componenten van een dubbelster waarin zij het verst van elkaar verwijderd zijn.
Apertuur
In het algemeen een maat voor de opening waardoor straling of deeltjes kunnen passeren.
Apex
Het punt op de hemelhol dat overeenkomt met de richting waarin een bepaald hemellichaam zich beweegt.
Dit is het snijpunt van de snelheidsvector van het hemellichaam met de hemelbol.
Het tegenoverliggende punt op de hemelbol wordt antapex genoemd.
Apogeum
Punt van de baan van een om de aarde draaiend lichaam waarin dit de grootste afstand tot de aarde heeft. Het
punt met de kleinste afstand heet perigeum.
Apollo-planetoide
Een planetoide die door zijn grote baanexcentriciteit binnen de aardbaan kan komen. Dichte naderingen tot de aarde, maar ook tot Mars, zijn hierbij mogelijk. Het totale aantal wordt op 700 geschat, maar slechts een fractie daarvan is ontdekt.
Apollo-project
In 1972 voltooid Amerikaans ruimtevaartprogramma dat tot doel had vóór 1970 een mens op de maan te laten landen. Het project kwam op gang nadat
het Congres in 1961 een voorstel van president J.F. Kennedy had goedgekeurd. De uitvoering werd opgedragen aan de NASA.
Op 21 juli 1969 om 3.56 uur GMT zette Neil Armstrong inderdaad als eerste mens voet
op de maan. Nadien zijn diverse bemande maanlandingen uitgevoerd.
Ariel
Een der manen van Uranus, ontdekt door W. Lasseli in 1851.
Aspect
Betekent in de astronomie een speciale onderlinge stand van zon en maan of zon en een der planeten.
De belangrijkste aspecten zijn: conjunctie of samenstand, kwadratuur en oppositie.
Associatie
Betekent in de astronomie een kleine groep sterren van hetzelfde type, die ruimtelijk geconcentreerd zijn.
Asteroide
Verouderde benaming voor een planetoïde.
Astrofysica
Onderdeel van de astronomie, waarin men inzicht tracht te verkrijgen in
de fysische eigenschappen van systemen buiten de aardse dampkring, zoals sterren, planeten, kometen, interstellaire materie, sterrenstelsels enz. Men vraagt bijv. naar
hun fysische opbouw en chemische samenstelling. Heeft men eenmaal een groot aantal gegevens verzameld, dan ontwikkelt
men vervolgens in de theoretische astrofysica theorieën over hun ontstaan en levensloop. Sinds het begin van de 20ste eeuw heeft de astrofysica grote vooruitgang gemaakt. Zij heeft deze vooral te danken aan de spectroscopie en de fotometrie, en later ook de radioastronomie.
Astronomie
De wetenschap van alle fysische systemen die in het heelal buiten de aardse dampkring worden aangetroffen, zoals sterren, sterrenstelsels, planeten, gas- en stofwolken, kometen enz.
Astronomische afstandbepaling.
Voor de afstandbepaling van maan, planeten, zon en dichtbijzijnde sterren gebruikt men de trigonometrische methode. De basis van de driehoek wordt hierbij gevormd door de afstand tussen twee observatoria waar men gelijktijdig de parallax van het hemellichaam meet, of door de as van de aardbaan, wanneer men van een observatorium uit de parallax van een ster meet op twee tijdstippen die een half jaar uiteenliggen. De afstand van ver weg gelegen sterren en sterrenstelsels is slechts op indirecte wijze te bepalen.
Astronomische constanten
Zeer nauwkeurig bepaalde constanten die in de sterrenkunde voor allerlei berekeningen worden gebruikt, zoals de gravitatieconstante, de aberratieconstante, de astronomische
eenheid en de lengte van het jaar.
Astronomische eenheid
De gemiddelde afstand van de aarde tot de zon ( +/- 150 miljoen km ), in de astronomie een fundamentele eenheid, waarop alle afstandmetingen van hemellichamen betrokken worden. Met behulp van de derde wet van Kepler kan men de AE berekenen, als men binnen het zonnestelsel één bepaalde afstand kent.
Aten-planetoïde
Planetoide met een omlooptijd van minder dan een jaar, waardoor haar baan binnen die van de aarde ligt. In
de periode 1976 - 1985 zijn er vier ontdekt, maar hun totale aantal wordt wel op 100 geschat.
Atmosfeer
Een in hoofdzaak gasvormig omhulsel, dat de aarde en andere planeten omsluit en dat door de werking van de zwaartekracht verhinderd wordt in de wereldruimte te ontsnappen.
De gassen waaruit de diverse atmosferen zijn samengesteld, variëren sterk van de ene planeet tot de andere. Belangrijk is daarbij o.a. het gehalte aan waterstof, dat in het algemeen hoger is naarmate de planeet groter is.
Atoom
Het kleinste deeltje van een chemisch element dat niet chemische methoden niet verder deelbaar is; met fysische methoden kan een atoom opgesplitst worden in elementaire deeltjes, die echter in chemisch opzicht
niets meer gemeen hebben met het oorspronkelijke atoom.
Azimut
Horizontale coördinaat die op twee manieren wordt gemeten.
In de sterrenkunde verstaat men onder het azimut, symbool A, van een hemellichaam P de hoek tussen het meridiaanvlak van de plaats van waarneming en het verticale vlak door P. Deze hoek wordt gemeten als een boog langs de horizon van zuid via west, dus van O' tot 360'.
Azimutinstrument
Sterrenkundig instrument, waarmee het azimut van sterren kan worden gemeten. Noteert men tevens de tijden van de metingen, dan is het ook mogelijk om de declinaties te berekenen.