William O'Brien 18-4-1920

Op 14 april 1920 vertrok het 2850 ton metende stoomschip de William O'Brien uit de haven van New York met Rotterdam als bestemming.
De volgende dag kwam het terug, omdat de kapitein problemen had met zijn bemanning. Op de 16de vertrok het schip opnieuw. Een paar dagen later (mogelijk op de 18de) werd er een boodschap ontvangen door het stoomschip Baltic.
Deze hield in dat de O'Brien door een hevige storm was getroffen en dat een van de luiken van het ruim vermist werd. Het is niet bekend of iemand het stoomschip te hulp is gesneld of niet, maar de aard van de boodschap (of de manier waarop deze was verzonden) wekte achterdocht op, daar men geloofde dat er veranderingen in aangebracht waren. Het schip werd nooit meer teruggezien en een paar maanden later overhandigde de moeder van een van de bemanningsleden een ansichtkaart aan de France and Canada Steamship Company (de eigenaar van het schip). Deze kaart zou geschreven zijn door haar zoon en was gepost in Frankrijk.
Er stond op dat hij op een schip had gevaren met Edsel Ford. Toen bleek dat Ford in die tijd in Detroit was, werd de boodschap als gedaan als bedrog .
Terug naar de lijst