Geysers
Geysers zijn natuurlijke fonteinen die stralen heet water en stoom met geregelde tussenpozen uitstoten door een gat in de grond. In bepaalde streken sijpelt regenwater door kieren en barsten in de rotsen en stroomt een spleet of een grotachtige ruimte in die zo diep ligt dat het water terecht komt op warme rotsen. De warmte hiervan is afkomstig van gesmolten steenmassa's een stuk lager. Soms is het er zo heet dat het water gaat koken en dat je stoom krijgt. Hierdoor krijg je oplopende druk in de spleet en hele stoommassa's bouwen zich op. Uiteindelijk is de druk sterk genoeg om water en stoom naar boven te lanceren door het gat in de aardkorst de open lucht in. Als de druk achter de straal afgenomen is vult de spleet zich weer met water en herhaalt de geschiedenis zich weer.
Sommige geysers verliezen geleidelijk aan hun kracht en stoppen ermee als de vulkanische warmte minder wordt. Dat is gebeurd met de geyser waaraan de naam ontleend is: de grote Geysir op IJsland.
Warmwaterbronnen
Warmwaterbronnen zijn uitstromingen van heet water die je zowel op land als in water kunt aantreffen.
Als gesmolten materiaal diep in de aarde afkoelt ontstaat daarbij koolzuur en waterdamp. Die hete damp stijgt omhoog door barsten in de rotsen en koelt steeds verder af zodat de damp in water overgaat. Uiteindelijk komt het water als warmwaterbron uit de grond geweld. Dit water is helder en zuiver en rijk aan mineralen, meegevoerd op weg naar het oppervlak uit de gepasseerde rotsmassa's. Als dit water afkoelt aan de oevers van de bron vormen de mineralen daar kristallen en andere structuren. Zo krijg je steenlagen met de mooiste golfpatronen. Je vindt deze bronnen in Japan, Nieuw Zeeland, Kenya en op IJsland.