
Hydrovolcanic eruptions: hydrovulkanische uitbarstingen.
Hydrovulkanisch wil zeggen dat er sprake is van vulkanische activiteit in combinatie met water (hydro). We onderscheiden hierbij Surtseyaanse en Phreatomagmatische uitbarstingen.
Surtseyaanse uitbarstingen

(Fig. 2.20) Uitbarsting van het Surtsey-type.
Dit soort uitbarstingen vindt meestal plaats in ondiepe zeeen en meren. Omdat in tegenstelling tot bij onderzeese uitbarstingen, het water ondiep is, is de druk van het water gering.
Hydrovulkanische explosies komen voor in wateren van minder dan 100m. diepte.De plotselinge overgang in temperatuur wanneer magma van meer dan 1200 graden Celsius in contact komt met water van zo'n graad of 20 veroorzaakt stoom, door het uitzetten van het water komt er energie vrij die de magma doet exploderen. Dit alles speelt zich vlak aan de wateroppervlakte af bij een krateropening. De erupties die aldus ontstaan gaan door tot de magma niet meer stijgt of totdat een hoeveelheid uitgestoten as en puimsteen verhinderen dat er nog water in de kraterpijp komt. Rond de krateropening kunnen verbrijzelde magmafragmenten stollen en zich ophopen. We spreken dan van tuf.
Tijdens de uitbarsting kunnen er as- en stoomwolken ontstaan tot een hoogte van 5 km. Een van de belangrijkste kenmerken van deze uitbarstingen zijn dikke donkere fonteinen van deeltjes en bommen die uit de krater geslingerd worden. De erupties hebben hun naam te danken aan de Surtsey, een vulkaan op IJsland die van 130 m. diepte naar het grondoppervlak steeg.
Phreatomagmatische erupties

(Fig. 2.21) Phreatomagmatische uitbarsting.
|
Dit type uitbarstingen wordt gekenmerkt door krachtige stoomexplosies. Door spleten in de aardkorst kan oppervlaktewater naar beneden vloeien en in contact komen met stijgend magma. Dit veroorzaakt explosies. Rotsen, stoom en verpulverd magma worden uitgestoten.
Deze uitbarstingen duren meestal niet lang want er is lang niet zoveel water aanwezig als bij een Surtseyaanse uitbarsting. Desondanks kunnen deze uitbarstingen vrij krachtig zijn en maars veroorzaken aan de oppervlakte.
De phreatomagmatische uitbarsting stopt als het water op is en niet, zoals bij de meeste andere uitbarstingen, wanneer de magma niet meer stijgt.
|