Darwin

Charles Darwin schreef een verhandeling genaamd de On the origin of Species, waarin hij het evolutieconcept voorstelt; zijn theorie dat hogere organismen ontwikkelden uit lagere die gekozen zijn uit natuurlijke selectie, of het idee dat zwakkere organismen waarschijnlijk minder kunnen reproduceren, en dus meer ruimte geven aan de ontwikkelden, dit voorziet dood met een zeer duidelijke ecologische functie: dienend om vorige generaties weg te ruimen om plaats te maken voor de hoger ontwikkelden in de toekomst.

Natuurlijk hebben sommige mensen dit concept overgenomen en hebben er hun levensbeschouwing van gemaakt, misschien van de dood

Of course some people have taken this concept and run with it, perhaps een licht makend. Bij de Darwin Awards worden de mensen geprezen die de meest vreemde dingen deden, maar gelukkig zijn verwijderd van de gene poel; belangrijk voor de voortplanting. Dit is nog een klein lichtpuntje vergeleken met de extreme theorie, die staat voor het sociaal-darwinisme, welk de originele theorie tot het corrigeren van het verwijderen van de ‘minderen’ vormt voor de algemene vooruitgang. Zulke veronderstellingen worden tegenwoordig gerekend tot discriminatie en fascisme; zoals bij Hitler’s zoektocht naar het perfekte ras.

De samenvoeging van Darwin’s theorie en Gregor Mendell’s waarnemingen van planten heeft de moderne evolutieleer en genetische theorie gebaseerd op natuurlijke selectie en onafhankelijke sortering. Iedereen heeft volgens de leer twee genen van een gegeven karakter, deze worden de allelen genoemd; een van elke ouder die kan ontwikkelen tot elke combinatie met totaal verschillende resultaten. Dikwijls zal één van deze karakters dominant zijn zodat iemand een heterogeen genotype heeft, slechts de dominante zal worden uitgedrukt in het fenotype. Bijvoorbeeld: J is de dominante allel n staatvoor bruine ogen. Dan heefteen kind van twee bruinogige Jj-ouders ¼ kans dat hij pure bruine ogen heeft (JJ), ¼ kans dat hij homogeen (jj) is en geen bruine ogen heeft en er is voor de helft (½) kans dat het kind heterogeen is (Jj)

Hardy en Weinberg produceerden een theorie om de verspreiding van allelen in de bevolking te kunnen verklaren. Wat inhield dat het hoeveelheid van elke soort allel niet he gegeven zou veranderen dat:

  • geen veranderingen plaats vinden
  • er geen zuivere migratie is
  • de populatie groot genoeg is om het als waarschijnlijkheid aan te nemen
  • paren doorsnee is
  • dat alle allelen gelijk levensvatbaar zijn

De verhoudingen veranderen wanneer één van deze condities niet aanwezig zijn; een andere implicatie is dat schadelijke allelen nooit compleet uitgeroeid zouden kunnen worden, omdat ze beschermd zullen zijn binnen de heterogene individuelen. Om dit concept beter te kunnen begrijpen is het goed om de demonstratie beneden te doen. In dit model sterft iedereen die de bb genetische samenstelling heeft en elk koppel heeft drie kinderen. Alleenstaanden hebben geen kinderen. Het is beter om niet de genetische samentellingen te veranderen, maar simpelweg "next" te blijven drukken, erop toeziend hoe de verhoudingen van afwijkende allelen afnemen; maar nooit nul haalt.

Persoon 1 Persoon 2

Persoon 3 Persoon 4

Persoon 5 Persoon 6

Persoon 7 Persoon 8

Persoon 9 Persoon 10

Initiële condities:
p distributie= .5
q distributie= .5
p^2= .25 (homogene dominant)
q^2= .25 (homogene afwijking)
2pq= .5   (heterogeen)
Het Hardy-Weinberg principe stelt dat p^2+2pq+q^2=1 en dat p+q=1, waar p het deel is van de allelen van de bevolking die dominant zijn, q is het deel van de allelen in een bevolking die afwijkend is, p^2 is het deel van de homogene dominante (BB) gentypes, q^2 is de homogeen afwijkende (bb) en 2pq is het heterogene (Bb) genotype

Encarta Concise Edition
Darwin, Charles Robert


causing (NL) | coping (NL) | following (NL)

Index (NL) | Over deze pagina (NL) | Zoeken (E) | Leraren Tips (E) | Gastenboek/Algemene discussie (E) | Het spel (NL)

ThinkQuest NL : Team 16665