Ons Zonnestelsel


Inleiding

Onze aarde is een van de negen reusachtige, min of meer ronde voorwerpen die om de zon draaien. Deze voorwerpen zijn planeten: enorme bollen die uit gesteente, metaal en een mengsel van gassen bestaan en in een baan om een ster draaien. Sommige planeten, zoals de aarde en Venus, zijn omringd door een gaslaag die atmosfeer wordt genoemd. Om de grootste planeten, Jupiter en Saturnus, liggen ook ringen van gas en stof. De temperatuur van de planeten verschilt enorm: de planeet Mercurius ligt het dichtst bij de zon en is overdag heter dan een oven; de planeet Pluto ligt aan de rand van het zonnestelsel en is tien keer zo koud als een flinke nachtvorst op aarde. Alle planeten bewegen in een elliptische (ovale) banen om de zon. Ze reizen in dezelfde richting en draaien tijdens het bewegen rond. Door een telescoop lijken de planeten op lichtschijven die langs de nachtelijke hemel voortbewegen. In werkelijkheid geven planeten zelf geen licht, maar weerkaatsen zij het zonlicht. Voor zover bekend, is de aarde de enige planeet in het zonnestelsel waarop leven voorkomt. Maar behalve onze zon zijn er miljoenen andere sterren in het heelal waarvan we aannemen dat sommige hun eigen planeten hebben. (Klik hier voor een plaatje)

De Zon

Diameter: 1.400.000 km
Omlooptijd: nvt
Aswenteling: nvt
Aantal manen: nvt

Mercurius

Diameter: 4.879 km
Omlooptijd: 87,97 dagen
Aswenteling: 59 dagen
Aantal manen: 0


Mercurius ligt zo dicht bij de zon, dat er geen atmosfeer of water is. Het oppervlak van Mercurius vertoont veel overeenkomsten met de Maan. Er zijn veel inslagkraters van meteorieten en maria. Er is geen vulkanisme meer en geen atmosfeer. De temperatuur is er heel extreem, gaande van +430°Celsius tot -180 °C. De planeet heeft een heel grote, dichte, ijzeren kern.

Venus

Diameter: 12.104 km
Omlooptijd: 225 dagen
Aswenteling: 244,7 dagen
Aantal manen: 0


De planeet Venus steekt zich weg achter een broeierig wolkendek. Het grootste gedeelte van Venus is bedekt met lavastromen. Er zijn verschillende schildvulkanen te zien. Sommigen zijn nog altijd actief. Er zijn brede depressies en twee grote bergketens. De inslagkraters op Venus zijn niet talrijk, ze zijn klein en komen meestal in groepjes voor. Er is ook een ijzeren kern aanwezig.

De druk van de atmosfeer op het oppervlak van Venus is enorm. Ze bestaat hoofdzakelijk uit koolstofdioxide, uitgebraakt door de schildvulkanen. Er is een broeikaseffect waardoor de oppervlakte temperatuur stijgt tot 490°C. Er heersen hevige winden hoog in de atmosfeer.

Aarde

Diameter: 12.756 km
Omlooptijd: 365,25 dagen
Aswenteling: 23 uur 56 min 4 sec
Aantal manen: 1


De hoeveelheid maan die wij op de aarde te zien krijgen is afhankelijk van de hoek tussen de Zon, de maan en de aarde.
De langzaam ronddraaiende maan voltooit één omwenteling om haar as in dezelfde tijd dat ze één keer om de aarde draait. Het is altijd dezelfde zijde van de maan die naar de aade gekeerd staat. De aantrekkingskrachten die beide hemellichamen op elkaar uitoefenen zorgen voor de getijdenwerking op aarde.(Klik hier voor een plaatje)
Men gaat er van uit dat de maan zou zijn ontstaan uit de aarde. Toen de aarde nog heel jong was (4,6 miljard jaar geleden) werd ze geregeld gebombardeerd door meteorieten. Een meteoor zo groot als Mars zou tijdens de botsing met de aarde zoveel materie van de aarde weggeslingerd hebben, dat de maan ontstaan is.
De nog resterende fragmenten die nog een baan rond de aarde beschreven bombardeerden constant (600 miljoen jaar) de jonge maan. Toen eindelijk het bombardement afnam was de maan zwaar geschonden. Er waren reusachtige bekkens geslage die werden omringd door bergketens. Op sommige plaatsen vond de hete lava via breuken in de korst zijn weg naar buiten en vulde de grote inslagbekkens met een gloeiende brij. Deze maria (zeeën) veranderden het uitzicht van de maan  Het inwendige van de maan koelde uiteindelijk af. Kleinere meteorieten sloegen in op het maanoppervlak en vergruisden het oppervlaktegesteente. De maan is nu bedekt met een dikke laag stof en steenfragmenten.

Mars

Diameter: 6.794 km
Omlooptijd: 679,9 dagen
Aswenteling: 24 uur 37 min 23 sec
Aantal manen: 2


Mars is een kleine, droge planeet met een rode rotsachtige oppervlakte. De planeet is koud - ongeveer -23 graden C - en heeft twee polaire ijskappen van ijs en bevroren gas.

Er cirkelen twee kleine manen rond de planeet: Phobos en Deimos. Het zijn waarschijnlijk asteroïden, die door Mars zijn ingevangen. De grootse van de twee, beweegt zich op 6.000 km van het oppervlak van Mars. Dat kan niet goed aflopen en deze zal op een zeker moment neerstorten op Mars.
Het oppervlak van Mars toont ons de diepste kloof, de hoogste top (vulkaan Olympus Mons, 24 km hoog) en het grootste inslagbekken (het Hellas-bassin, diameter van 2.000 km en 6 km diep) van ons zonnestelsel.

Op het noordelijk halfrond ontdekken we egale vlakten (vernieuwde oppervlakte door vulkanisme). Op het zuidelijk halfrond vinden we oude, zwaar bekraterde hooglanden. Rond het evenaargebied ligt een zeer grote slenk (de Valles Marineris) van zo'n 4.000 km lang en soms wel 7 km diep.
Mars heeft een dunne atmosfeer (95% koolstofdioxide, wat stikstof, argon en zuurstof). De roodachtige kleur van de bodem van Mars komt door de ijzer-oxiden die er in de bodem zitten.


Jupiter

Diameter: 142.884 km
Omlooptijd: 11,86 jaar
Aswenteling: 9 uur 50 min 30 sec
Aantal manen: 16


Jupiter is de grootste planeet in het zonnestelsel. Hij heeft 16 manen. Boven het oppervlak van Jupiter hangt een gordel van wervelende gaswolken. De planeet bestaat grotendeels uit een mengsel van vloeistoffen en gassen. Jupiter is koud en omgeven door een ringvormige band van stof.

Jupiter is de eerste van de vier gasplaneten in ons zonnestelsel. De andere planeten zijn Saturnus, Uranus en Neptunus. Gasplaneten hebben geen vaste vorm. Ze bestaan uit gassen; veel waterstof, een beetje helium en methaan. Naarmate men dieper in de planeet doordringt wordt de gasmassa dichter. Er waaien winden in de gaslagen met zeer hoge snelheden (650km/uur). De gasplaneten hebben allemaal ringen, een heleboel manen die hen vergezellen en een sterk magnetisch veld.

Indien Jupiter een beetje groter was geweest, zou hij geëvolueerd zijn tot een ster, met vier planeten. Typisch voor Jupiter zijn de bandenstructuren in het wolkendek en de mysterieuze Rode Vlek.


Saturnus

Diameter: 120.536 km
Omlooptijd: 29,46 jaar
Aswenteling: 10 uur 39 min
Aantal manen: 23


Na Jupiter is Saturnus de grootste planeet. Om de planeet heen cirkelen banden van wervelstormwolken die op ringen lijken.
Saturnus heeft een harde kern met daaromheen ijs en waterstofgas. Saturnus heeft meer manen dan alle andere planeten. Astronomen denken, dat het er meer dan 20 zijn.

De ringen van Saturnus zijn opgebouwd uit miljoenen met ijs bedekte brokjes gesteente, die in de ruimte zweven. Het is niet duidelijk hoe de ringen zijn ontstaan. Misschien werden ze tegelijk met de planeet gevormd, maar zij zouden ook resten van een grote, ijsachtige maan kunnen zijn, die uit elkaar is gevallen.


Uranus

Diameter: 51.118 km
Omlooptijd: 84,01 jaar
Aswenteling: 17 uur 14 min
Aantal manen: 15


De andere planeten in ons zonnestels draaien meestal als een tol, rond de zon. De noord- en zuidpool naar boven en onder gericht. De as van Uranus staat bijna evenwijdig met het baanvlak van de planeet, m.a.w. de noord- en zuidpool van Uranus liggen waar bij ons de evenaar ligt. Men vermoedt dat de klap van een groot voorwerp de planeet heeft doen kantelen.

Het binnenste van Uranus zou uit gesteenten, verschillende vormen van ijs en weinig waterstof en helium bestaan. Uranus is erg koud, ongeveer -214 graden C. De atmosfeer bestaat dan weer uit 83% waterstof, 15% helium en 2% methaan. Het is het methaan dat verantwoordelijk is voor de blauwgroene kleur van de planeet. In de atmosfeer bewegen zich wolkenbanden.
Er draaien 11 dunne ringen rond de planeet.


Neptunus

Diameter: 50.538 km
Omlooptijd: 164,8 dagen
Aswenteling: 16 u 3 min
Aantal manen: 8


Neptunus heeft een helderblauwe atmosfeer die bestaat uit waterstof met wolken methaangas. De rotsachtige kern is ongeveer zo groot als de aarde. Neptunus heeft drie ringen en acht manen.

De samenstelling en atmosfeer is vergelijkbaar met Uranus. De winden die heersen over de planeet zijn de snelste van ons zonnestelsel nl 2.000 km/uur.Witte wolken en donkere vlekken zijn goed zichtbaar. Het magnetisch veld heeft, zoals bij Uranus, een eigenaardige oriëntatie.De magnetische velden worden niet vanuit het centrum van de planeet opgewekt, maar uit de omgeving van het oppervlak.

Tussen Neptunus en Pluto bevindt zich de Kuipersgordel. Het is een zone waar zich kleine kometen bevinden. Ze worden kort-periodieke kometen genoemd omdat ze ons geregeld een bezoekje brengen. Geregeld worden ze door de nabijheid van de grote gasplaneten beinvloed en uit hun baan weggeslingerd.


Pluto

Diameter: 2445 km
Omlooptijd: 247,7 jaar
Aswenteling: 6 dagen 9 u
Aantal manen: 1


De middelijn van de buitenste en kleinste planeet Pluto is maar een vijfde deel van die van de aarde. Met een temperatuur van ongeveer -230 graden C is Pluto de koudste planeet in het zonnestelsel. De planeet heeft één maan, die maar half zo groot is als Pluto zelf is.

Één lichtjaar achter Pluto bevindt zich een gevaarlijk gebied vol ijslichamen of kometen. Dit gebied noemt men de Wolk Van Oort. Het bevat lang-periodieke kometen, die er miljoenen jaren over doen om ons een bezoekje te brengen.






Index | Het Heelal | Ons Zonnestelsel | Internationaal Ruimtestation | Space Links | Image Gallery