Sterren


Inleiding

Het heelal is bezaaid met alle mogelijke soorten sterren. Er zijn gigantische rode reuzensterren die honderden keren groter zijn dan de Zon en fel brandende blauwe sterren die tienduizend maal helderder zijn dan de Zon. Astronomen kunnen ons tegenwoordig van alles vertellen over de sterren: hun omvang, massa, kleur, temperatuur, enz.

Verschillende soorten sterren

Er zijn verschillende soorten sterren. Zo heb je sterren die binnen de hoofdreeks vallen, je hebt de zogenaamde rode reuzen, witte dwergen en neutronensterren.

Sterren binnen de hoofdreeks: De sterren die binnen de hoofdreeks vallen zijn de meest voorkomende sterren. Ze hebben een gemiddelde doorsnede en hebben een normale oppervlaktetemperatuur en lichtsterkte.
Rode reuzen: Rode reuzen zijn sterren die een koele oppervlaktetemperatuur hebben, maar heel sterk lichtgeven. Ze worden rode reuzen genoemd vanwege hun enorme omvang.
Witte dwergen: Er is ook een groepje waar hele kleine, hete sterren toe behoren. Dit zijn de witte dwergen. Het zijn sterren die ooit vergelijkbaar waren met de Zon, maar in een laat stadium van hun leven verkeren.
Neutronensterren: Dit zijn sterren die vroeger een massa hadden van meer dan zeven keer de massa van de Zon. Ze ontstaan als de kern van een exploderende cel ineenstort onder invloed van de zwaartekracht. Terwijl de kern kleiner en kleiner wordt, worden de protonen en elektronen in de atomen samengeperst en vormen neutronen. De ster krimpt helemaal ineen en krijgt een ongelooflijk grote dichtheid: een theelepeltje vol zou al honder miljoen ton wegen!


Levenscyclus

Sterren ontstaan in de grote gas- en stofwolken die door de melkwegstelsels zijn verspreid. Ze beginnen te schijnen wanneer hun kern gaat branden. Hoe groter en helderder een ster is, des te korter is de levensduur en des te spectaculairder de dood. Sterren zoals de Zon gaan een rustige dood tegemoet. Ze krimpen ineen tot een supercompacte witte dwerg die net zo klein is als een planeet. De zwaardere sterren gaan uit met een grote klap. Ze blazen zichzelf op in een ontzagwekkende explosie en schijnen daarbij voor korte tijd bijna net zo helder als een heel melkwegstelsel.

De geboorte

Niemand weet precies hoe een wolk van gassen en stof opeens in een ster verandert. Als een wolk ineenklapt, komt er energie vrij die ervoor zorgt dat de wolk wordt verhit. Het middelpunt van de wolk bereikt daarbij een temperatuur van tien miljoen graden of meer. Het grootste gedeelte van de gassen in de wolk bestaat uit waterstof. Door de hoge temperatuur vermelten deze waterstofatomen met elkaar: ze fuseren. Bij deze fusie komen er enorme hoeveelheden energie vrij, zoals licht, warmte en andere straling. Hierdoor begint de ineenvallende wolk te schijnen als een ster. Na een tijdje komt de ster tot rust en begint constant te schijnen.

De Levenscyclus

Een ster die net zo groot is als onze zon schijnt gedurende 10 miljard jaar, totdat de waterstofbrandstof in de kern is verbruikt. De ster begint dan opnieuw ineen te vallen door de zwaartekracht. De hitte veroorzaakt waterstoffusie in de kring van gas die de kern omhult. Deze kring wordt verhit, waardoor de ster groter en helderder wordt. De kern krimpt echter steeds verder en wordt steeds heter. Als de temperatur in de krimpende kern van een ster honderd miljoen graden bereikt,kan er weer een fusiereactie plaatsvinden. Door deze reactie worden de kernen van de heliumatomen omgezet in koolstofkernen. Hierdoor komt er genoeg energie vrij die nodig is om de uitgedijde ster te laten schijnen als een rode reus. Maar op een gegeven moment raakt alle helium in de kern op en begint de ster weer te krimpen. Op den duur zorgt de zwaartekracht ervoor dat de materie in de ster wordt samengepakt tot een klein lichaam ter grootte van een planeet maar met enorme dichtheid. Deze wordt een witte dwerg genoemd.

Een geweldadige dood

Sterren die een paar keer zwaarder zijn dan de Zon, komen op een spectaculaire wijze aan hun einde. Ze groeien eerst uit tot een reuzenster en blazen zichzelf uiteindelijk op. Zo'n exploderende ster noemen we een supernova. Als een ster in een supernova verandert, neemt de helderheid met een groot aantal miljoenen keren toe. Gedurende een korte tijd kan de ster zelfs helderder schijnen dan een heel melkwegstelsel.
Wat er met een ster gebeurt nadat deze als supernova is geëxplodeerd, hangt af van de massa van de ster. Een ster met een massa van meer dan zeven keer de massa van de Zon wordt een neutronenster. Sterren met nog meer massa veranderen in zwarte gaten.
Een neutronenster ontstaat als de kern van een exploderende cel ineenstort onder invloed van de zwaartekracht. Terwijl de kern kleiner en kleiner wordt, worden de protonen en elektronen in de atomen samengeperst en vormen neutronen met een ongelooflijke dichtheid: Een theelepeltje vol zou al honderd miljoen ton wegen!!!
Hele zware sterren krimpen zelfs verder als ze het stadium van de neutronenster zijn gepasseerd. Dit komt omdat hun zwaartekracht zo enorm groot is. Uiteindelijk wordt hun materie samengeperst in een punt, die we een een enkelvoudigheid noemen. In het gebied rond dit punt is de zwaartekracht zo intens dat er niets uit kan ontsnappen, zelfs geen licht. Daarom noemen de astronomen zulke gebieden zwarte gaten.


Variabele sterren

De meeste sterren schijnen met een constante lichsterkte. Er zijn echter ook sterren waarvan de helderheid van tijd tot tijd verschilt. Deze noemen we variabele sterren. Je kunt hierbij drie groepen onderscheiden: de lange-periode-variabelen, de korte-periode-variabelen en de onregelmatige variabelen. Het zijn meestal rode reuzen waarvan de helderheid van tijd tot tijd verschilt. Één van de eerste variabele sterren die werd ontdekt was Mira. De helderheid van deze ster kan behoorlijk veranderen in een periode van circa 331 dagen en behoort daarom tot de lange-periode-variabelen. Een andere variabele ster is de Delta Cepheï, die tot de korte-periode-variabelen behoort. De helderheid van deze ster verandert echter niet zo veel. Er zijn ook een groot aantal andere variabelen waarvan de helderheid heel onregelmatig verandert. Een voorbeeld hiervan is de reuzenster Betelgeuse. De helderheid van deze ster verandert in de loop van een periode van ruwweg vijf jaar.




Oerknal | Sterren | Nevels | Melkwegstelsels | TMR-1C



Index | Het Heelal | Ons Zonnestelsel | Internationaal Ruimtestation | Space Links | Image Gallery