Sterren binnen de hoofdreeks: De sterren die binnen de
hoofdreeks vallen zijn de meest voorkomende sterren. Ze hebben een gemiddelde doorsnede en
hebben een normale oppervlaktetemperatuur en lichtsterkte.
Rode reuzen: Rode reuzen zijn sterren die een koele
oppervlaktetemperatuur hebben, maar heel sterk lichtgeven. Ze worden rode reuzen genoemd
vanwege hun enorme omvang.
Witte dwergen: Er is ook een groepje waar hele kleine, hete sterren toe
behoren. Dit zijn de witte dwergen. Het zijn sterren die ooit vergelijkbaar waren met de
Zon, maar in een laat stadium van hun leven verkeren.
Neutronensterren: Dit zijn sterren die vroeger een massa hadden van meer
dan zeven keer de massa van de Zon. Ze ontstaan als de kern van een exploderende cel
ineenstort onder invloed van de zwaartekracht. Terwijl de kern kleiner en kleiner wordt,
worden de protonen en elektronen in de atomen samengeperst en vormen neutronen. De ster
krimpt helemaal ineen en krijgt een ongelooflijk grote dichtheid: een theelepeltje vol zou
al honder miljoen ton wegen!
Sterren ontstaan in de grote gas- en stofwolken die door de melkwegstelsels zijn verspreid. Ze beginnen te schijnen wanneer hun kern gaat branden. Hoe groter en helderder een ster is, des te korter is de levensduur en des te spectaculairder de dood. Sterren zoals de Zon gaan een rustige dood tegemoet. Ze krimpen ineen tot een supercompacte witte dwerg die net zo klein is als een planeet. De zwaardere sterren gaan uit met een grote klap. Ze blazen zichzelf op in een ontzagwekkende explosie en schijnen daarbij voor korte tijd bijna net zo helder als een heel melkwegstelsel.
Niemand weet precies hoe een wolk van gassen en stof opeens in een ster verandert. Als een wolk ineenklapt, komt er energie vrij die ervoor zorgt dat de wolk wordt verhit. Het middelpunt van de wolk bereikt daarbij een temperatuur van tien miljoen graden of meer. Het grootste gedeelte van de gassen in de wolk bestaat uit waterstof. Door de hoge temperatuur vermelten deze waterstofatomen met elkaar: ze fuseren. Bij deze fusie komen er enorme hoeveelheden energie vrij, zoals licht, warmte en andere straling. Hierdoor begint de ineenvallende wolk te schijnen als een ster. Na een tijdje komt de ster tot rust en begint constant te schijnen.
Een ster die net zo groot is als onze zon schijnt gedurende 10 miljard jaar, totdat de waterstofbrandstof in de kern is verbruikt. De ster begint dan opnieuw ineen te vallen door de zwaartekracht. De hitte veroorzaakt waterstoffusie in de kring van gas die de kern omhult. Deze kring wordt verhit, waardoor de ster groter en helderder wordt. De kern krimpt echter steeds verder en wordt steeds heter. Als de temperatur in de krimpende kern van een ster honderd miljoen graden bereikt,kan er weer een fusiereactie plaatsvinden. Door deze reactie worden de kernen van de heliumatomen omgezet in koolstofkernen. Hierdoor komt er genoeg energie vrij die nodig is om de uitgedijde ster te laten schijnen als een rode reus. Maar op een gegeven moment raakt alle helium in de kern op en begint de ster weer te krimpen. Op den duur zorgt de zwaartekracht ervoor dat de materie in de ster wordt samengepakt tot een klein lichaam ter grootte van een planeet maar met enorme dichtheid. Deze wordt een witte dwerg genoemd.
Sterren die een paar keer zwaarder zijn dan de Zon, komen op een
spectaculaire wijze aan hun einde. Ze groeien eerst uit tot een reuzenster en blazen
zichzelf uiteindelijk op. Zo'n exploderende ster noemen we een supernova. Als een ster in
een supernova verandert, neemt de helderheid met een groot aantal miljoenen keren toe.
Gedurende een korte tijd kan de ster zelfs helderder schijnen dan een heel melkwegstelsel.
Wat er met een ster gebeurt nadat deze als supernova is geëxplodeerd, hangt af van de
massa van de ster. Een ster met een massa van meer dan zeven keer de massa van de Zon
wordt een neutronenster. Sterren met nog meer massa veranderen in zwarte gaten.
Een neutronenster ontstaat als de kern van een exploderende cel ineenstort onder invloed
van de zwaartekracht. Terwijl de kern kleiner en kleiner wordt, worden de protonen en
elektronen in de atomen samengeperst en vormen neutronen met een ongelooflijke dichtheid:
Een theelepeltje vol zou al honderd miljoen ton wegen!!!
Hele zware sterren krimpen zelfs verder als ze het stadium van de neutronenster zijn
gepasseerd. Dit komt omdat hun zwaartekracht zo enorm groot is. Uiteindelijk wordt hun
materie samengeperst in een punt, die we een een enkelvoudigheid noemen. In het gebied
rond dit punt is de zwaartekracht zo intens dat er niets uit kan ontsnappen, zelfs geen
licht. Daarom noemen de astronomen zulke gebieden zwarte gaten.