|
|
Wat is de EMU? |
![]() |
EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Op 1 januari 1999 gaat de EMU van start. Dat hebben de landen van de EU in 1991 in Maastricht besloten. Dan worden de onderlinge wisselkoersen aan elkaar gekoppeld. Alle landen die aan de criteria voor toetreding tot de EMU voldoen, worden automatisch lid van de EMU, op één uitzondering na: Engeland. Hierover kunt u meer lezen in het hoofdstuk: Waarom gaat de euro misschien niet door?. Er zijn vier criteria, waaraan een land moet voldoen om mee te doen aan de EMU. Dat zijn: 1. Een lage inflatie. Dat betekent dat de stijging van de prijs van het dagelijkse eten niet hoger mag zijn dan 1,5 procentpunt, boven de inflatie van de drie EU landen met de laagste inflatie. 2. Een lage rente. De rente op langlopende staatsobligaties mag niet hoger zijn dan 2 procentpunten boven de rente van de drie EU landen met de laagste rente. 3. Degelijke overheidsfinanciën. Het begrotingstekort moet lager zijn dan 3 procent van het nationale inkomen. Of het moet aan het dalen zijn, en dus al bijna de 3 procent hebben berijkt. Of de overschrijding is van korte duur. De overheidsschuld moet ook lager zijn dan 60 procent van het nationale inkomen. Of de schuld moet in een voldoende tempo een duidelijkle daling tonen in de richting van de 60%. 4. Een stabiele wisselkoers. Volgens het verdrag moet de wisselkoers twee jaar lang zonder dat het geld minder waard word binnen de normale marges van het wisselkoersmechanisme van de EU-landen zijn gebleven en moet een land lid zijn geweest zijn van dit mechanisme. Naast al deze vier dingen moet een land op tijd zijn Centrale-Bankwetgeving hebben aangepast. |