|

Afrika > Landbouw
Landbouw
Natuur en Landbouw:
Gewassen kun je niet op allerlei gronden verbouwen. Je moet op van alles
letten, of het niet te drassig is of te warm is. En nog één heel
belangrijk iets de grond moet vruchtbaar zijn.
Zonder vruchtbaren grond gaat het niet lukken om dingen te verbouwen.
Er zijn 3 plaatsen waar het echt heel moeilijk is om gewassen te
verbouwen. In het dichtbegroeide regenwoud van Zuid-Amerika, Afrika en
Azië is het heel moeilijk om iets te verbouwen.
Heel weinig mensen bewerken die grond niet. Want de grond is heel gauw
uitgeput. In dat gebied wonen ook heel weinig mensen.
Rivierdelta’s zijn hele kleine riviertjes. Op deze delta’s kun je heel
goed rijst verbouwen.
De rijst groeit snel. De warme, vochtige en vruchtbare grond is daar
heel goed.
Die rivierdelta’s liggen in Azië, daarom wordt er zoveel rijst verbouwt
in Azië. Het is een belangrijk landbouwgewas.
Zelfvoorzienend:
Bijna elke inwoner van Kenia is landbouwer. De landbouwers daar
verbouwen heel veel, maïs bijvoorbeeld, gierst en sorghum. Die dingen
worden voedselgewassen genoemd.
Als mensen zelf iets maken dan verkopen ze het later op de markt. En het
geld dat ze zelf verdienen, geven ze weer uit aan eten en andere dingen,
die ze nodig hebben.
Als ze op één dag niet veel geld hebben verdiend is dat niet zo erg.
Want de meeste landbouwers maken hun eigen spullen. Dat soort landbouw
heet ‘zelfvoorzienend’.
Commercieel:
Als een boer koffie, thee of andere dingen verkoopt aan een handelaar, krijgen
ze daar geld voor.
En van dat geld betaalt de boer schoolboeken voor z’n kinderen.
Boeren die geen voedselgewassen verbouwen, kopen hun eten op de markt in
het dorp.
De meeste koffie en thee is bestemd voor de export. Want het is een
handelsgewas. Met handelsgewas kunnen boeren veel geld verdienen.
Als alle boeren de zelf de thee maken, kunnen de handelaren kiezen van
wie ze het kopen.
En dan wel bij de goedkoopste boer. Als die handelaar gekozen heeft,
gaan de andere boeren natuurlijk ook hun prijs verlagen. Dat moet wel,
van een voorraad koffie of iets anders kun je niet leven.
Dit soort landbouw heet ‘commercieel’.
Trekarbeider:
Sommige mensen verbouwen hun eigen eten en verkopen het op de markt.
Maar soms is er helemaal niks over, dus hebben ze niks om op de markt te
verkopen. Dus geld voor gereedschap, kleren en andere benodigdheden
hadden ze niet. Daarom besluiten sommige mensen om te verhuizen naar de
stad. Omdat er in de stad werk te vinden is.
Meestal zijn het de mannen die naar de stad verhuizen. Vrouwen zitten
dan thuis en zorgen voor de kinderen. En voor het land wordt ook
gezorgd.
Elke maand wordt er wat naar huis gestuurd. En van dat geld kan de vrouw
weer van leven.
Verstedelijking:
Het is heel gewoon in Afrika dat mannen elk half jaar ergens anders gaan
werken. Bijvoorbeeld in een mijn of in de stad.
Vooral jongen mannen vertrekken naar de stad voor werk. Meer mensen
blijven in de stad wonen. Daardoor groeien de steden heel snel. De
steden groeien het snelst in Afrika.
Nieuwkomers hebben het vaak moeilijk om een woning te vinden.
Zo verandert de hele stad.
|