
Konijn (zijkant).
©PDPhoto.org.Het konijn wordt gezien als een van de meest schadelijke en vernielzuchtige geïntroduceerde dieren die ooit naar Australië zijn gebracht.
Konijnen veroorzaken erosie en landontaarding. Deze langorige, schadelijke dieren ringen bomen (ze halen de bast van de boom rondom in een ring weg waardoor de boom doodgaat), eten de kiemplanten op en geven de plantensoorten zo geen kans meer om te groeien; ze concurreren met inheemse dieren, zoals the Greater Bilby die nu beschermd wordt, om een leefomgeving en voedsel.
Ze leveren een belangrijk aandeel in de mate waarmee de inheemse flora afneemt. Konijnen en geiten hebben bijvoorbeeld de Phillip Island Hibiscus (Hibiscus insutaris) opgegeten. Er zijn maar twee pollen overgebleven. Konijnen, schapen, vee, geiten, paarden en kamelen zijn net zo schadelijk als vossen en katten als het aankomt op het effect dat deze dieren hebben op de kwetsbare ecosystemen van Australië.
De konijnen tasten niet alleen de inheemse flora aan, ze hebben ook een gigantisch effect op de populaties van inheemse dieren. Het wilde monster concurreert met kleine dieren, zoals de Greater Bilby en de Brush-tailed Bettong, die in heel Australië gevonden worden.
Deze dieren zijn, net als het konijn, holdieren. Als het aantal konijnen zo hoog word dat er geen voedsel meer over is voor de andere dieren, sterven ze uit. Zodra dit gebeurt gaan de konijnen in het hol van het inheemse dier en nemen ze het over. Dat resulteert erin dat het leefgebied voor deze dieren afneemt.
De twee hiervoor genoemde kleine, inheemse buideldieren waren bijna uitgestorven vanwege de effecten van zowel vossen, wilde katten als konijnen. Er zijn massale campagnes gehouden om deze twee kleine buideldieren te redden, die succesvol waren, maar de bedreiging blijft. Daarom moeten wij de wilde dieren, en met name het konijn, uitroeien.
Konijnen kosten de Australische economie elk jaar miljoenen dollars vanwege hun concurrentie met het vee om voedsel. Ze eten de meest voedzame grassen op en laten niets over voor het vee, met het resultaat dat de dieren sterven en er bodemerosie en landontaarding ontstaat.

