Gedurende de dag schuilt de wilde kat in holle bomen, konijnenholen of onder puin en afval. Hij schuilt bijna overal waar het donker en koel is.
Wilde katten zijn territoriale dieren. De territoria die katten hebben kunnen in grootte zeer divers zijn, wat ligt aan de beschikbaarheid van bijvoorbeeld voedsel of een goede schuilplaats. Een dominante, mannelijke kat kan een territorium hebben van 8 vierkante kilometer. Het territorium van een vrouwtjeskat is kleiner; als ze jongen zoogt zelfs maar de helft van die van een kater. De wilde katten geven de grenzen van hun territoria aan met een geur die aangebracht wordt door paalklauwen, urine en uitgestalde uitwerpselen.
De wilde katten in Australië zijn veelal kortharig. Hun vachten zijn zwart en grijs, geelbruin, gestreept en gemberkleurig. Meestal heeft de vacht van de kat overwegend dezelfde kleur als de omgeving waarin hij leeft.
Zwarte en grijze wilde katten worden meestal in het struikgewas gevonden. Gembergekleurde wilde katten worden gewoonlijk op de woestijnvlakte en op de roodaardige graslanden aangetroffen. Gestreepte wilde katten kom je het meest tegen op de rotsige hellingen. Dit komt doordat de wilde kat de mogelijkheid heeft zich aan te passen aan en te camoufleren in zijn omgeving. Als de wilde kat niet kan samensmelten met zijn omgeving zullen zijn prooidieren hem zien en kan de kat zijn maaltje vergeten. Dit wordt ook wel ‘natuurlijke selectie’ genoemd. Het resultaat van dit alles is dat je in gebieden met een bepaalde overheersende kleur na verloop van tijd ook katten krijgt met diezelfde kleur.
Dit wilde monster is zo’n pest en probleem geworden dat het nu het onderwerp van een jaarlijkse wilde-dieren-jacht is geworden. De ‘Pig and Pussy hunt’ (‘varkens- en poezenjacht’) wordt in de Northern Territory gehouden en begint op Boxing Day (27 december). De laatste dag dat de dieren ingeleverd mogen worden is nieuwjaarsdag. De prijs voor het grootste karkas in de 2003 competitie was 700 Australische dollar (ca. 360 euro).