
Iberische lynx,
een type wilde kat.
©Natuurfotografie.De wilde kat heeft een aanzienlijk effect gehad op het Australische milieu. Hij heeft vele inheemse Australische soorten in gevaar en zelfs bijna tot uitsterven gebracht. De ondersoorten van de roodborstige parkiet op Macquarie Island, en een groep gevangen roodbruine Rufous Hare-Wallabie (een klein soort kangoeroe), die allebei tussen 1990 en 1991 losgelaten werden in de Northern Territory in de Tanami woestijn, zijn in gevaar gekomen door het loslaten van de kat in de Australische rimboe. De wallabies werden allemaal gedood door de katten in die omgeving. Evenzo werd een wilde kat verantwoordelijk gehouden voor het omlaagschietende aantal rotswallabies in een geïsoleerde kolonie in tropisch Queensland. Katten worden wel afgeschilderd als de meest destructieve dieren op kleine eilanden.
Andere uitgestorven dieren die vroeger in overvloed aanwezig waren op kleine eilanden zijn:
Hoewel katten op konijnen jagen maakt dit voor de populatie konijnen niet veel uit. Konijnen houden in feite alleen het aantal katten in Australië op peil.
Niet alleen heeft de kat een aanzienlijk effect op de voedselketen, hij heeft ook nog eens effect op andere inheemse roofdieren door het wegnemen van de voedselbronnen als die dezelfde zijn als die van de wilde kat. Zulke dieren zijn:
- De Eastern Quoll
- De Wedge-tailed arend
- Valken
- Reptielen, zoals de Goanna en de Lace Monitor
- Dingo's (zij zijn niet inheems, maar het ecosysteem is zo geëvolueerd dat de Dingo niet het effect heeft dat de kat en de vos hebben)
Katten eten het vitale voedsel van andere roofdieren. Door hun grote aantal eten ze zoveel kleine inheemse dieren dat er niets overblijft voor de andere roofdieren. In de meeste gebieden hebben arenden en valken hun dieet aan moeten passen om te kunnen overleven.
Onze eigen ‘inheemse kat’ is in gevaar. De Eastern Quoll was ooit overvloedig aanwezig door heel Australië en Tasmanië. Nu is hij zeldzaam geworden op het vasteland. Door de vestiging van de vos in Tasmanië en het plaatsen van 1080 in de bossen en in vallen, waar ook de Quolls op afgaan en van eten, staat het bijna vast dat de Quoll nooit meer in zo grote getale aanwezig zal zijn als dat hij kortgeleden was.
Ook zijn wilde katten gevaarlijker voor deze kleine kat, de Quoll, dan veel mensen denken. Als een wilde kat in de buurt van een vrouwelijke Quoll komt wordt de Quoll spoedig onvruchtbaar. Er kan niets aan gedaan worden. Omdat er zoveel wilde katten in hun leefomgeving zijn worden er veel Quolls onvruchtbaar en neemt hun aantal sterk af.
Katten dragen evenzo een fatale ziekte die pijnlijk en dodelijk is, vooral voor de inheemse buideldieren. Deze ziekte, Toxoplasmose, veroorzaakt blindheid, verlamming, ademhalingsstoornissen en verlies van jongen door miskramen en spontane abortus.
Katten zijn ook dragers van hondsdolheid. Als die ziekte om zich heen zou slaan zou dat verwoestend zijn voor het kwetsbare Australische ecosysteem. Hondsdolheid is een ziekte die niet alleen dieren, maar ook mensen raakt. Er zijn verklaringen die beweren dat een beet van een hondsdolle kat slechter is dan die van een hondsdolle hond. Ook is het pijnlijker. Als een hondsdolle hond aanvalt gaat hij voor de armen en benen van het slachtoffer. Dit in tegenstelling tot de kat die op het hoofd aast en gevaarlijk kan klauwen en bijten. Als hondsdolheid in Australië uit zou breken zou er, met het huidige aantal wilde dieren, en met name het aantal wilde katten, geen hoop meer zijn op het uitroeien van de ziekte.

