
Etende kameel.
©Team 00128,
ThinkQuest 2003.Kamelen worden gevonden in de westelijke gebieden van Australië. Ze worden gevonden in de woestijnen van centraal Australië, de omgeving van Kimberley in de staat Western Australia en in de noordwestelijke regio’s van het land.
Er zijn geen wilde kamelen in Tasmanië omdat het klimaat daar voor hen niet geschikt is. Kamelen hebben een droog tot half-droog klimaat nodig om te gedijen, en het klimaat in Tasmanië is veel natter en kouder. Lang niet het ideale klimaat voor een dier als de kameel!
De kamelen pasten zich buitengewoon goed aan het harde en droge Australische binnenland aan. Het Australische binnenland verschilt niet veel van hun oorspronkelijke thuisland het Middenoosten. De kamelen waren heel geschikt voor de ‘pionier’ verkenningstochten en werden op allerlei gebied gebruikt door de vroege verkenners vanwege hun vermogen lange periodes en grote afstanden zonder water te reizen. Ontdekkingsreizigers die de kamelen gebruikten waren Burke en Wills, als ook Lassseter die omkwam in de woestijn toen hij aan het goudzoeken was.
Men neemt aan dat de kamelen uit Azië en het Middenoosten oorspronkelijk uit Noord-Amerika komen. Ze staken in de laatste ijstijd de landbrug over tussen de twee continenten en vestigden zich in Azië en het Middenoosten. De soort ‘kameel’ kan onderverdeeld worden in dromedaris (met één bult), die van droge en warme gebieden houdt, en de de Bactrian Camel (met twee bulten), die van koudere klimaten zoals Mongolië in centraal noord-Azië houdt.
Andere leden van de kamelenfamilie zijn de Lama, de Alpaca (Zuid-Amerikaans bergschaap…), de Vicuña (wilde lama) en de Guanaco. Al deze soorten komen op het continent Zuid-Amerika voor.
Kamelen zijn niet zo schadelijk voor het milieu als andere hoefdieren. De voetzolen van de kamelen zijn zachter dan hoeven. Dat zorgt ervoor dat het land niet zo erg aan ontaarding lijdt.
Kamelen eten planten die andere dieren niet eten en daardoor heeft de kameel een grotere overlevingskans in gebieden waar andere dieren niet kunnen overleven bij gebrek aan voedsel en/of water. Dit is een probleem met de toenemende kamelenpopulaties in deze gebieden omdat de planten die de kamelen eten zeldzaam of bedreigd kunnen worden of zelfs uit kunnen sterven. (Veel Australische planten in droge gebieden hebben bosbranden nodig om hun zaden te laten ontkiemen.)
In 1993 is er vanuit de lucht een onderzoek gedaan naar kamelen in de Northern Territory. Sommige kamelen werden voorzien van radiozenders en de resultaten lieten zien dat de kamelen die voorzien waren van zo’n zender ongeveer 50 kilometer per dag reisden en over een gebied van 600 000 vierkante kilometer trokken.
Omdat de gebieden waar deze dieren voorkomen zo reusachtig groot zijn, zal de kameel alleen nog maar meer uitbreiden en meer land in beslag nemen. Dat zal leiden tot de uitputting van voedselbronnen en schuilplaatsen voor de inheemse dieren en het mogelijke verlies van sommige plantensoorten.

