Kamelen eten gras en heesters, en vertrappen de restem vervolgens met hun voetzolen, die weliswaar zachter zijn dan hoeven, maar toch ook bodemerosie en landontaarding veroorzaken. Daardoor laten ze het land gevoeliger voor ernstige milieuproblemen achter. Het vertrappen verjaagt ook kleine dieren uit hun oorspronkelijke leefomgeving. Deze sterven van honger, worden een gemakkelijker prooi voor roofdieren en missen hun schuilplaatsen van de leefomgeving waaraan ze gewend waren.
Kamelen eten planten die andere dieren niet eten, zelfs als ze niet van dat soort plant houden. Dit type planten zijn pikkerige, bittere planten. Als gevolg daarvan worden kamelen overvloediger in gebieden waar dieren leven die niet de doornige, bittere plant, maar alleen de andere plantensoorten eten. Dit is een probleem dat komt door de toenemende populatie wilde kamelen, en als die populatie in deze gebieden blijft stijgen, zullen de planten die ze gedwongen zijn te eten al snel zeldzaam, bedreigd of zelfs uitgestorven zijn.