
Kameel.
©Team 00128,
ThinkQuest 2003.De kameel is een plaag voor de vee- en schapenboerderijen in het Australische binnenland. Het dier eet de grassen en heesters die het vee en de schapen nodig hebben. In Australië is vruchtbaar, bruikbaar land heel belangrijk omdat er niet veel bruikbare boerderijgrond is vanwege de aanhoudende droogten die er zijn. Vele droogten kunnen tot 10 jaar duren.
Kamelen eten gras en heesters, en vertrappen de restem vervolgens met hun voetzolen, die weliswaar zachter zijn dan hoeven, maar toch ook bodemerosie en landontaarding veroorzaken. Daardoor laten ze het land gevoeliger voor ernstige milieuproblemen achter. Het vertrappen verjaagt ook kleine dieren uit hun oorspronkelijke leefomgeving. Deze sterven van honger, worden een gemakkelijker prooi voor roofdieren en missen hun schuilplaatsen van de leefomgeving waaraan ze gewend waren.
Kamelen eten planten die andere dieren niet eten, zelfs als
ze niet van dat soort plant houden. Dit type planten zijn
pikkerige, bittere planten. Als gevolg daarvan worden kamelen
overvloediger in gebieden waar dieren leven die niet de doornige,
bittere plant, maar alleen de andere plantensoorten eten. Dit is
een probleem dat komt door de toenemende populatie wilde kamelen,
en als die populatie in deze gebieden blijft stijgen, zullen de
planten die ze gedwongen zijn te eten al snel zeldzaam, bedreigd
of zelfs uitgestorven zijn.

