Later zijn de geiten vrijgelaten of ontsnapt en vestigden zich groepen geiten als wilde kuddes in de Australian Bush. Hun populatie groeide enorm toen de kolonisten besloten het aantal dingo’s terug te brengen (dingo’s zijn de hoofdvijanden van de geit).
Later, in de 19e eeuw, lieten zeevaarders vele geiten los op nabije eilanden als noodvoedselbron.
Het was de bedoeling dat Captain Cook in 1776 geiten los zou laten op Tasmanië. Hij zou een stier en een koe, wat schapen en geiten en twee varkens (een beer en een zeug) loslaten. Toch liet hij alleen de varkens achter en zij overleefden niet.
Achterin 1993 werden 16 dingo’s losgelaten op Townshend Island, Queensland. Dit was om 1700 geiten in bedwang te houden. In 1997 waren er van die 1700 geiten nog maar 4 over en die werden snel afgeschoten door het beschermingsdepartement van het eiland. De dingo’s worden nu weer van het eiland afgehaald omdat hun uitstekende jachttalenten het wildleven in dit gevoelige ecosysteem in gevaar brengen.