Hoofd > Geiten

Natuurlijke leefomgeving en aanpassingsvermogen

Geiten

Geiten zijn wijdverspreid in Australië. Ze werden eerst door schipbreukelingen geïntroduceerd op eilanden voor hun vlees en melk. Later werden de geiten ook geïntroduceerd op het vasteland voor hun vlees, melk en later de wol van de kasjmier- en angorageiten (voor kasjmier en mohair, stoffen die van de vacht van die geiten gemaakt zijn).

Geiten prefereren de rotsige, heuvelachtige terreinen in de semi-woestijngebieden van west New South Wales, South Australia, Western Australia en Queensland. In deze rotsachtige terreinen, waar ze zich voornamelijk ophouden, zijn kleine rotsgrotten die veilgheid en onderdak bieden voor wilde dieren zoals wilde honden, dingo’s, vossen en andere roofdieren.

Het leefgebied van een geit kan 380 vierkante kilometer zijn, maar in drogere perioden is het veel kleiner. Ook worden geiten meestal gevonden in gebieden waar ook wallabies en kangoeroes leven.

Als je in een gebied het aantal geiten telt, staat dat aantal meestal in een vaste verhouding tot het aantal kangoeroes en wallabies in dat gebied. Het tellen van de wilde geiten wordt dus ook gebruikt voor het schatten van het aantal wallabies en kangoeroes in dat gebied.

Net zoals varkens hebben ook geiten een betrouwbare bron van water en voedsel nodig. Omdat de geit van een plant alles (dus ook de bladeren, bast en wortels) eet, kan hij in droge gebieden overleven. In de woestijn kan hij echter niet overleven.

Geiten kunnen niet overleven in natte gebieden en moerasland, tropisch regenwoud en semi-tropische gebieden. Dit komt doordat de geit hier niet het eten kan vinden dat hij wil eten en er te weinig bescherming tegen roofdieren is.

©2003 ThinkQuest 2003 Team 00128: Willem, Hilary, Anneke, Sigit en Coaches: Carol, Dirk-Jan.
Alle rechten voorbehouden. [ SCHAKEL NAAR LICHTE VERSIE ] [ ENGLISH | NEDERLANDS ]